De roof

Systematisch werden in de Tweede Wereldoorlog waardevolle bezittingen van joden door de bezetter afgenomen. Voor het selecteren en verkopen van deze kunstvoorwerpen hadden de Duitsers een netwerk van experts, onder wie Katejan Mühlmann. Op 15 mei 1940 werd de Dienststelle Mühlmann opgericht, een instantie die in Nederland belangrijke kunstwerken voor Duitsland moest zien te verwerven.

Behalve Mühlmann en zijn medewerkers waren er meer kapers op de kust. Een van de belangrijkste was Erhard Göpel, die voor miljoenen guldens inkocht voor het Führermuseum, dat Hitler in het Oostenrijkse Linz wilde oprichten. Ook Göring had een eigen inkoper, Andreas Hofer. Zij beperkten zich niet tot het in beslag nemen van joods bezit, maar kochten ook kunstwerken in de gewone kunsthandel. Hiervoor werd echter betaald met guldens die tegen vrijwel waardeloze Duitse Marken bij de Nederlandsche Bank waren gewisseld.

Een andere manier waarop joods bezit werd verworven, was via de roofbank Liro. Bij Lippmann-Rosenthal Co., een joodse bank aan de Amsterdamse Nieuwe Spiegelstraat, werd in de oorlog een Verwalter aangesteld, zoals bij alle joodse ondernemingen. Deze Verwalter kreeg het beheer over de bank, en richtte ook een nieuw filiaal op: Lippmann-Rosenthal Sarphatistraat, kortweg Liro genoemd. In 1941 moesten de joden hun bankrekening overbrengen naar deze bank. Ze konden niet meer vrij over hun geld beschikken, maar kregen maandelijks een klein bedrag om van te leven. Een jaar later werden zij verplicht ook al hun sieraden, kunstwerken en edele metalen bij de Liro in te leveren. Kort hierop volgden deportaties en werden complete inboedels van weggevoerde joden in beslag genomen en opgeslagen. De achtergebleven kunst werd direct verkocht of geveild via kunsthandelaren en veilinghuizen.

Al tijdens de oorlog bepaalde de Nederlandse regering in Londen dat alle verkopen aan Duitsers gedurende de bezetting als onwettig moesten worden beschouwd. De geallieerden besloten dat in Duitsland teruggevonden kunstwerken na de oorlog zouden worden teruggevoerd naar de landen van herkomst.