Bureau Herkomst Gezocht

De objecten die onder beheer van de Nederlandse Staat kwamen, werden gezamenlijk de NK-collectie genoemd, de collectie Nederlands Kunstbezit. Pas in 1997 ontstond er, onder invloed van de discussie over het joodse goud in Zwitserse banken, in de pers grote onrust over de status van de NK-collectie. Staatssecretaris Aad Nuis gaf daarom opdracht tot een proefonderzoek naar de herkomst van werken uit de NK-collectie door middel van een steekproef. Het resultaat van dit onderzoek – uitgevoerd door de commissie Ekkart – leidde tot een vernietigend oordeel over de manier waarop de SNK na de oorlog claims had afgehandeld. De commissie karakteriseerde de SNK als ‘formalistisch, bureaucratisch, kil en veelal zelfs harteloos’. Een van de aanbevelingen was dat de Nederlandse regering het tot nu toe gevoerde teruggavebeleid aanzienlijk zou versoepelen.

Naar aanleiding van het rapport besloot het kabinet dat er een uitgebreid onderzoek moest komen. In 1998 ging Bureau Herkomst Gezocht van start met als doel de oorlogsgeschiedenis van de NK-collectie op te helderen en de rechtmatige eigenaren te traceren. Met behulp van de archieven van de SNK en alle overige beschikbare, relevante bronnen werd de herkomstgeschiedenis van de objecten stuk voor stuk gereconstrueerd. Een zeer uitvoerig en systematisch uitgevoerd detectivewerk, waarbij alle nog te achterhalen gegevens op een rij zijn gezet. Het onderzoek duurde tot in 2004. De afgelopen twee jaar werden besteed aan afronding en uitdieping van de resultaten. Het onderzoek is vastgelegd in zes sinds 1999 verschenen deelrapportages, die kunnen worden ingezien op de website www.herkomstgezocht.nl.

De Commissie Ekkart kreeg tevens de taak de regering te adviseren over het te voeren teruggavebeleid. De voorstellen van de commissie voor een verruimd restitutiebeleid hebben geleid tot een grote versoepeling in de realisering van teruggaven. Wanneer iemand door middel van een brief aan het ministerie van OCW een claim indient, wordt die voorgelegd aan de Restitutiecommissie. Tot nu toe zijn meer dan veertig claims ingediend. Meer dan de helft daarvan is inmiddels afgerond, wat in bijna alle gevallen heeft geleid tot teruggave. De overige claims zijn in behandeling, en iedere maand worden nog nieuwe claims ingediend. Het huidige verruimde regeringsbeleid geldt tot 4 april 2007: tot die tijd kunnen belanghebbenden een claim bij de minister van OCW indienen.

De inmiddels toegewezen claims omvatten samen bijna 500 kunstwerken uit de NK-collectie. Een van de meest geruchtmakende claims was die van de erven van de kunsthandelaar Jacques Goudstikker, die in 2006 resulteerde in de teruggave van ongeveer 200 werken. Een tweede grote claim was die van de erven van de verzamelaar Gutmann, die in 2002 werd toegewezen. Vele andere teruggaven hebben betrekking op slechts een of enkele kunstwerken.

Deze tentoonstelling markeert de afronding van het onderzoek van het Bureau Herkomst Gezocht. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de vele vragen die tijdens het onderzoek niet of maar gedeeltelijk konden worden opgelost.