Terug naar de eigenaar

Sinds de start van Bureau Herkomst Gezocht zijn bijna 500 kunstwerken aan rechthebbenden teruggeven op basis van een advies van de Restitutiecommissie. Hieraan ging een uitgebreid onderzoek van het SNK-archief vooraf. Sommige claims die direct na de Tweede Wereldoorlog waren uitgebracht bleken door de SNK onterecht afgewezen. Ook konden claimanten het vaak niet opbrengen om het geld, dat zij ontvangen hadden bij een gedwongen verkoop, terug te betalen aan de Nederlandse Staat. Op deze claims stond de naam van de vroegere eigenaar als aanknopingspunt vermeld en kon de zoektocht beginnen. Het onderzoek in het archief leverde ook geheel nieuwe gegevens op over mogelijke rechthebbenden. Er moest eerst worden nagegaan of deze mensen de oorlog hadden overleefd of dat er eventueel directe erfgenamen vindbaar waren. Een uitputtende speurtocht naar vroegere claimanten, rechthebbenden of hun erven werd ingezet. Burgerlijke stand- en bevolkingsregisters, telefoonboeken uit de gehele wereld, notarisarchieven en belastingarchieven werden zorgvuldig bekeken. Juist deze fase van het onderzoek is voor een aantal moeilijke zaken nog volop bezig. Al gerealiseerde teruggaven maken echter duidelijk dat deze enorme hoeveelheid werk niet vergeefs verricht is.

afbeelding
In augustus 1946 keerde in een transport met juwelen, gouden en zilveren voorwerpen ook een zilveren kidoesjbeker met Hebreeuwse inscriptie naar Nederland terug. Er waren aanwijzingen die naar de herkomst konden leiden, maar er gebeurde niets. Het bekertje bleef tot voor kort onderdeel van de NK-collectie. Bij de voorbereidingen voor de zesde deelrapportage van Herkomst Gezocht werd besloten het object extra aandacht te geven door het in kleur af te beelden. Gehoopt werd daarmee een reactie uit te lokken. Die reactie bleef gelukkig niet uit. In oktober 2004 liet Jelka Kröger van het Joods Historisch Museum in een brief en een artikel in het Nieuw Israelietisch Weekblad van zich horen. Zij had onderzoek gedaan naar de correcte vertaling van de Hebreeuwse inscriptie die op de beker staat. Hiermee kon zij vaststellen dat de beker in 1889 door de Israëlitische Gemeente te Oud-Beijerland was aangeboden aan Hartog Koopman ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag. Vermoedelijk was de kidoesjbeker in 1940 in bezit van een in de oorlog vermoorde kleinzoon. In april 2005 dienden vijf erfgenamen een verzoek tot teruggave in, waarop na positief advies van de Restitutiecommissie de toenmalige Staatssecretaris van OCW besloot de beker te restitueren.