Kunsthandel Rubens
In de tweede helft van de jaren dertig verplaatste de joodse kunsthandelaar Levie Rubens (1872-1942) zijn firma van Enschede naar Den Haag en opende een zaak op het Lange Voorhout. In de oorlogsjaren werd dr. F.M. Huebner als Verwalter over de firma aangesteld en op 1 oktober 1942 werden Rubens, zijn vrouw en dochter op transport gesteld naar het vernietigingskamp Auschwitz, waar zij kort daarna zijn vermoord. De enige zoon, Hartog Rubens (1902-1979), overleefde de oorlog en zette na de oorlog de zaak van zijn vader op een ander adres in Den Haag voort. In de NK-collectie bevindt zich een reeks objecten van aardewerk en porselein die zeker of waarschijnlijk hebben behoord tot de handelsvoorraad van Levie Rubens. Na de aanstelling van de Verwalter of zelfs na Rubens’ dood zijn deze uit de voorraad verkocht. Pogingen om in contact te treden met de erven van Levie Rubens bleken vergeefs, aangezien Hartog Rubens ongehuwd en zonder testament is overleden en geen naaste familieleden konden worden opgespoord.