Verhoogde omzet van veilinghuizen

Door de opbloeiende kunsthandel tijdens de Tweede Wereldoorlog groeide ook de omzet van de kunstveilingen. Oude en nieuwe veilinghuizen beleefden een hoogtijperiode en hielden regelmatig openbare verkopingen. Van de meeste firma’s zijn de archieven niet bewaard. Vaak weten we daarom niet wie de kunstwerken ter verkoop had aangeboden. Van enkele veilinghuizen, zoals Van Marle & Bignell in Den Haag, is duidelijk dat ze niet alleen door particulieren ingebrachte werken verkochten, maar ook handelden in opdracht van de bezetter. Deze zaken liepen zo goed dat Van Marle een deel van het aanbod ondershands aan klanten in Duitsland verkocht. Ook bij firma’s die niet collaboreerden met de Duitsers bestaan soms grote vraagtekens over de wettige herkomst van de daar verkochte stukken. Particuliere opkopers van roofgoed verkochten namelijk vaak een deel van hun buit weer via veilingen.

afbeelding
Een Franse schotel van aardewerk en een Duits botervlootje van porselein, beide uit de achttiende eeuw, werden tijdens de oorlog door Van Marle & Bignell ondershands verkocht aan het Keulse veilinghuis Lempertz. Over de herkomst is niets bekend. Het is zelfs onduidelijk wanneer dit alles precies gebeurde. Gezien de oorlogsreputatie van Van Marle & Bignell moeten we ernstig rekening houden met de mogelijkheid dat deze voorwerpen eerder door de bezetters in beslag waren genomen.