Opbloeiende kunsthandel

De grote belangstelling van Duitse kopers gedurende de Tweede Wereldoorlog veroorzaakte een enorme opbloei van de kunsthandel in Nederland. Firma’s die al voor de oorlog een goede reputatie hadden opgebouwd, verkochten – sommige met graagte, sommige met tegenzin – talloze stukken aan Duitse belangstellenden. Nieuwe kunsthandels rezen als paddenstoelen uit de grond. Deze nieuwe kunsthandelaren waren soms meer avonturiers dan vakmensen. Ze verkochten alles wat ze maar in handen konden krijgen, ook stukken die van roof afkomstig waren. Van sommige grote kunsthandels zijn nog wel archieven bewaard, waarin we kunnen nazien van wie ze hun kunstwerken kochten. Van veel van de kleinere bedrijven is nauwelijks iets bekend en is geen snipper archief bewaard. In zulke gevallen loopt de speurtocht naar de herkomst van de door hen verhandelde stukken bijna altijd dood.

afbeelding
Van de negentiende-eeuwse schilder Leendert de Koningh dook de voorstelling van het Rijnlandschap bij de Drachenfels, vlakbij Königswinter, in januari 1943 op. Het schilderij werd toen door de onbekende Kunsthandel Speetjens in Rijswijk verkocht aan een andere kunsthandelaar, die het op zijn beurt weer aan een Duitser verkocht. Speetjens was waarschijnlijk een gelegenheidshandelaar, die misschien op volstrekt eerlijke wijze aan zijn koopwaar kwam. Maar juist bij zo’n kleine bedrijfje bestaat de kans dat een deel van de voorraad een beladen voorgeschiedenis had.