Handelaar Dik jr.

Tijdens de oorlog komen we in de kunsthandel regelmatig de naam tegen van Jan Dik Jr. Deze restaurator van schilderijen werd door zijn vader opgeleid. Vader en zoon werkten in 1940 bij de kunsthandelaar Goudstikker. Ook waren zij betrokken bij de overname van die zaak door Alois Miedl. Beiden werkten enige tijd als inkoper voor Miedl, maar in 1941 besloot Dik Jr. zelfstandig verder te gaan. In steeds wisselende samenwerkingsverbanden met handelaren en geldschieters deed hij grote zaken. Hij toonde hierbij weinig scrupules over de herkomst van de door hem verhandelde schilderijen. Volgens na de oorlog geuite beschuldigingen zou hij rechtstreeks joodse eigenaren onder druk hebben gezet om kunstwerken voor lage prijzen aan hem te verkopen. Toen Dik in 1947 zou worden gearresteerd, wist hij te ontkomen naar Zwitserland. Een herkomst die wijst op een betrokkenheid van Dik Jr. is een waarschuwing voor de onderzoeker dat het mogelijk om voormalig joods bezit gaat. Helaas is vaak niet te controleren van wie hij de kunstwerken verworven had.

afbeelding
In februari 1944, dus op een al gevorderd ogenblik van de oorlog, verkocht Jan Dik Jr. een genrestuk van de zeventiende-eeuwse Leidse schilder Pieter van Slingelandt aan de Weense handelaar Herbst, via wie het kort daarna in de collectie van Adolf Hitler kwam. Het is niet bekend van wie Dik het schilderij kocht en het enige dat over de oudere herkomst kon worden achterhaald, is dat het in 1938 in Den Haag bij Van Marle & Bignell werd geveild. Welke wegen het stuk tussen 1938 en 1944 heeft afgelegd is tot nu toe onbekend gebleven.