Verkocht door de Liro
Volgens een Duitse verordening van 21 mei 1942 werden joodse eigenaren verplicht hun kunstwerken en andere waardevolle voorwerpen, zoals goud, zilver en juwelen, in te leveren bij Lippmann Rosenthal Sarphatistraat, kortweg de Liro. Deze in 1941 opgerichte roofbank verkocht de meest waardevolle stukken naar Duitsland. De rest werd verkocht aan Nederlandse handelaren of op veilingen, onder andere bij Mak van Waay. De ingeleverde objecten werden geregistreerd en officieel werd de opbrengst van de verkoop bijgeschreven op de Liro-rekening van de eigenaar. Maar die kon uiteraard niet over de tegoeden op zijn rekening beschikken. Bij unieke stukken, waarvan bekend is dat ze verkocht zijn via de Liro, is soms in de registers terug te vinden van wie ze afkomstig zijn. Bij minder zeldzame schilderijen en bij voorwerpen omschreven als ceramiek, zilver of meubelen is het echter zelden mogelijk een verband te leggen, tenzij het object nog voorzien is van een registratienummer. Daardoor loopt voor veel NK-objecten, waarvan bekend is dat ze afkomstig zijn van de Liro en dus behoren tot geconfisqueerd joods bezit, het spoor naar de oorspronkelijk eigenaar vast.
